Beleidsmedewerker Onderwijsstrategie en -relaties Dries over hoe verhalen en ontmoetingen van elke leerling een wereldburger maken

Met zijn achtergrond als ondernemer, leraar en coördinator vertelt Dries hoe hij zich vanuit AFS Low Lands inzet voor wereldburgerschap in de klas. In zijn aanpak staan verhalen, nieuwsgierigheid en open dialoog centraal om scholen te helpen leerlingen kritisch en met een brede blik naar de wereld te laten kijken.

“Voor ik in het onderwijs terechtkwam, was ik ondernemer. In hartje Antwerpen had ik een goed draaiende zaak in meubelrestauratie en later in interieur. Ik werkte er graag, van ontwerp en offerte tot realisatie en plaatsing, met architecten, ontwerpers en klanten. Toch maakte ik op een bepaald moment een grote stap en koos ik voor het onderwijs.

In het volwassenenonderwijs ontdekte ik hoeveel energie ik kreeg van lesgeven. Iemand iets zien begrijpen, groeien en deel zijn van het leerproces gaf me veel voldoening. Later ging ik ook in het secundair onderwijs aan de slag en voelde het lesgeven als een privilege. Na meerdere jaren lesgeven in verschillende graden groeide ik door tot pedagogisch coördinator.

Daar werd voor mij steeds duidelijker dat onderwijs over veel meer gaat dan kennis overdragen. Via Erasmus+ en internationale schoolbezoeken kreeg ik bovendien de kans om over de grenzen heen te kijken. Andere systemen, andere manieren van aanpakken, maar vaak dezelfde vragen.

Die zoektocht bracht mij uiteindelijk bij AFS Low Lands, waar ik vandaag als Beleidsmedewerker Onderwijsstrategie en -relaties aan de slag ben.

Leren begint met verwondering

Kinderen stellen voortdurend vragen. Waarom? Hoezo? Waarom doen mensen dat zo? Waarom mag dit wel en dat niet? Mijn eigen kinderen herinneren mij er dagelijks aan. Een wandeling samen kan plots een gesprek worden over de ijstijd, mammoeten en mastodonten, waarom het nu donker aan de andere kant van de wereld is, of wat zwarte gaten nu eigenlijk zijn. Die onbevangenheid vind ik bijzonder waardevol. Misschien verliezen we die onderweg naar volwassenheid soms te snel.

Het bijzondere zit vaak in het alledaagse.

Dat geldt ook in de klas. Leerlingen verschillen enorm van elkaar: in achtergrond, taal, interesses en ervaringen. Hun individuele noden kunnen sterk uiteenlopen. Maar tegelijk is er iets heel universeels aan hoe mensen leren. We willen begrijpen. We willen ergens bij horen. We willen gezien worden. En we willen voelen dat wat we leren betekenis heeft.
Daarom geloof ik zo sterk in de kracht van verhalen.

Een goed verhaal blijft hangen. Telkens wanneer ik langs Brabo fiets, herinner ik me steevast de legende van Druon Antigoon: de reus, de strijd, het afhakken van de hand en uiteindelijk de verklaring van de naam Antwerpen. De details van de les zijn misschien vervaagd, maar het verhaal is gebleven.

En dat is ook wat intercultureel leren kan doen. Een begrip als migratie, diversiteit of wereldburgerschap kan nogal abstract klinken. Totdat je iemand ontmoet die een ander verhaal vertelt. Dan krijgt de wereld plots een gezicht.

 

De wereld zit al in onze klas

We spreken vaak over internationalisering alsof je daarvoor naar het buitenland moet.
Maar de wereld zit vandaag al in onze klaslokalen.

Onze leerlingen brengen verschillende talen, culturen, ervaringen en overtuigingen mee. Superdiversiteit is geen toekomstbeeld. Die zit vandaag al op onze schoolbanken en speelplaatsen.
De vraag is dus niet óf jongeren met verschillen in contact komen.
De vraag is hoe we hen leren ermee om te gaan.
Daar ligt voor mij een belangrijke opdracht voor onderwijs.

Een kennisrijk curriculum blijft essentieel. Wie de wereld wil begrijpen, heeft kennis nodig. Maar leren is meer dan een beweging van leraar naar leerling. Het gebeurt ook in gesprekken, ontmoetingen en ervaringen.

In mijn eigen klas heb ik de uitdagingen van het curriculum steeds meer als een gezamenlijk proces proberen te bekijken. We keken samen naar de doelen. Mijn taak was om ze te vertalen en richting te geven. De taak van de klas was om ze samen aan te gaan.
Een leerling kan vanuit zijn eigen ervaring iets aanbrengen wat ik nooit uit een handboek zou kunnen halen. Dat maakt de rol van de leraar niet kleiner. Integendeel.
De leraar zorgt ervoor dat verschillende perspectieven elkaar kunnen ontmoeten.

Durven we het moeilijke gesprek nog aan te gaan?

Bij die ontmoeting van verschillende perspectieven ligt volgens mij vandaag een van de grootste uitdagingen.

Durven we te praten over ons koloniale verleden? Over racisme, religie, migratie, oorlog en ongelijkheid? Durven we leerlingen te vragen waarom ze iets denken? En durven we vervolgens ook echt te luisteren naar het antwoord?

Ik merk dat we daar soms voorzichtig in geworden zijn. We willen niemand schofferen en zijn bang dat iets verkeerd wordt begrepen.

Natuurlijk moeten we respectvol met elkaar omgaan. Maar respect betekent voor mij niet dat iedereen hetzelfde moet denken.

Integendeel.

De mening van iemand met wie ik het fundamenteel oneens ben, kan mij iets leren. Niet noodzakelijk omdat die persoon gelijk heeft, maar omdat het verschil mij dwingt om opnieuw naar mijn eigen overtuigingen te kijken.

Daarom stel ik mezelf steeds vaker eerst een andere vraag:
Waarom denkt iemand wat hij denkt?
Welke ervaringen hebben hem gevormd? Welke waarden spelen mee? Waar komt die overtuiging vandaan?

Begrijpen betekent niet automatisch akkoord gaan. Maar zonder te proberen begrijpen, wordt echte dialoog moeilijk.

Niet iedereen hoeft de wereld rond te reizen

Dat is ook waarom het educatieve werk van AFS mij zo aanspreekt.
Veel mensen kennen AFS vooral van de internationale uitwisselingen. Jongeren letterlijk de wereld insturen blijft natuurlijk fantastisch. Maar niet iedere leerling zal een jaar naar het buitenland gaan. Niet iedereen krijgt die kans. En net daarom is ons educatieve aanbod zo belangrijk.
Met workshops, GlobalUp, trainingen en internationale ervaringen kunnen we de wereld ook naar de klas brengen.
Een leerling hoeft niet noodzakelijk naar India, Brazilië of Finland te reizen om geconfronteerd te worden met een ander perspectief.

Soms is één verhaal genoeg.

Eén ontmoeting.
Eén vraag.
Eén gesprek.

En plotseling kijk je anders naar iets wat je daarvoor vanzelfsprekend vond.

Van schrikken naar handelen

We leven in een wereld waarin fake news zich razendsnel verspreidt, polarisering zichtbaarder wordt en maatschappelijke discussies steeds harder lijken te worden.
We schrikken wanneer het misgaat. Maar misschien moeten we niet alleen schrikken wanneer de brand uitbreekt. Als we weten dat de humus droog wordt, weten we ook dat we iets moeten doen.

Onderwijs kan daar een antwoord op bieden.

Niet door jongeren te vertellen wat ze moeten denken, maar door hen te leren hoe ze kunnen denken. Kritisch, nieuwsgierig en met ruimte voor verschil.

We kunnen jongeren leren om een mening te hebben zonder anderen af te schrijven. Om kritisch te zijn zonder cynisch te worden. Om verschillen te zien zonder mensen tot hun verschil te reduceren.

Dat is voor mij wereldburgerschap.

Waarom AFS?

Misschien is dat ook waarom mijn overstap naar AFS zo logisch voelt.

Ik ben ooit vanuit mijn eigen zaak overgestapt naar het onderwijs omdat ik merkte hoeveel energie ik kreeg van het leerproces van anderen. Als leraar en coördinator ben ik vervolgens steeds meer gaan zoeken naar manieren om jongeren en collega’s buiten hun vertrouwde kaders te laten kijken.

Bij AFS kan ik dat verhaal verderzetten.

Want AFS is voor mij meer dan jongeren op uitwisseling sturen. Het is ook de wereld de klas binnenbrengen.

We kunnen leraren helpen om moeilijke gesprekken te voeren. We kunnen leerlingen laten kennismaken met andere perspectieven. We kunnen scholen ondersteunen om van diversiteit en internationalisering geen losse projecten te maken, maar een onderdeel van hun dagelijkse werking.

Iedere leerling verdient de kans om zijn wereld groter te maken.

En misschien is dat uiteindelijk waar goed onderwijs over gaat: niet jongeren vertellen hoe groot de wereld is, maar hen de goesting en nieuwsgierigheid geven om hem zelf te ontdekken. Want wereldburgerschap begint niet wanneer je op een vliegtuig stapt. Het begint wanneer je nieuwsgierig wordt naar iemand die anders naar de wereld kijkt dan jij.”